Rasstandaard

Zoals alle hondenrassen heeft ook de Westie een officiële rasstandaard waarin alle onderdelen van de hond beschreven staan.
De FCI, de overkoepelende organisatie van de kynologie waarbij de meeste landen zijn aangesloten, stelt deze rasstandaard vast.
Alle keurmeesters, die in Nederland keuren, hanteren deze rasstandaard bij het beoordelen van de hond.
Daarbij zijn keurmeesters tegenwoordig verplicht de RSI- regels te volgen. Deze RSI- regels kunt u hier lezen.


De FCI heeft per 12 januari 2011 de volgende punten in de rasstandaard van de West Highland White Terrier gewijzigd;


  • de beschrijving van de ogen; het onderdeel dat de ogen diepliggend moeten zijn is vervallen, er wordt dus een normaal oog verlangd en niet meer een diepliggend oog.
  • nieuw is dat de huid vrij moet zijn van duidelijke huidproblemen,
  • de lengte van de staart was 12,5-15 cm en is nu 13-15 cm,
  • er zijn wat wijzigingen in de volgorde van de diverse beschrijvingen.

FCI- Rasstandaard West Highland White Terriër,
No.85, versie 12-01-2011;


Land van herkomst; Groot-Brittannië

Gebruik; Terriër

FCI- classificatie; groep 3; Terriërs
                                          sectie 2; Kleine Terriërs
                                          zonder werkproef

Algemene verschijning; Krachtig gebouwd; met diepe borstkas en achterste ribben; rechte rug en krachtige voor- en achterhand met gespierde benen. Toont in grote mate een combinatie van kracht en behendigheid.

Gedrag en temperament; Klein, actief, kranig en gehard. In het bezit van een niet geringe mate van gevoel voor eigenwaarde. Met het uiterlijk van een bestrijder van roofwild. Oplettend, vrolijk, moedig, zelfbewust maar vriendelijk.

Hoofd; De afstand van de achterhoofdknobbel tot de ogen is iets groter dan de lengte van de voorsnuit.
Het hoofd is bedekt met dicht haar en wordt onder een rechte hoek of minder gedragen tot de as van de hals.
Het hoofd wordt in geen geval in het verlengde van de hals gedragen.

Schedelgedeelte;
Schedel; Licht gewelfd, vertoont bij betasting van het voorhoofd een gladde omtrek. De schedel versmalt zeer weinig van oren naar ogen.
Stop; Duidelijke stop, gevormd door zware, benige richels direct boven de ogen en hier iets overheen hangend, met een lichte groef tussen de ogen.

Voorsnuitgedeelte;
Neus;
Zwart en tamelijk groot, een gladde omtrek vormend met de rest van de voorsnuit. De neus mag niet naar voren steken.
Voorsnuit; Voorsnuit loopt toe van de ogen naar voren. Niet schotelvormig. Niet wegvallend onder de ogen, waar de voorsnuit goed opgevuld moet zijn.
Kaken / gebit; Kaken sterk en gelijk. De afstand tussen de hoektanden is zo breed als verenigbaar is met de gewenste expressie van een bestrijder van roofwild. De tanden zijn groot voor het formaat van de hond, met een regelmatig schaargebit, d.w.z. dat de boventanden nauw sluiten over de ondertanden en de tanden staan recht in de kaken.
Ogen; De ogen staan ver uiteen, middelmatig van grootte, niet vol, zo donker mogelijk en goed geplaatst onder zware wenkbrauwbogen, hetgeen de hond een scherpe en intelligente, doordringende uitdrukking geeft. Lichte ogen zijn hoogst ongewenst.
Oren; De oren zijn klein, rechtop en stevig gedragen, eindigend in een scherpe punt, noch te ver uiteen, noch te dicht bijeen gedragen. Het haar op de oren is kort en glad (fluwelig), niet geknipt. Geen franje aan de punten. Geronde, brede, grote, dikke oren of te zwaar behaarde oren zijn hoogst ongewenst.

Hals; Voldoende lang om de gewenste plaatsing van het hoofd mogelijk te maken. Gespierd, geleidelijk naar de aanzet dikker wordend zodat de hals overgaat in fraai schuin geplaatste schouders.

Lichaam; Compact
Rug; Recht
Lendenen; Breed en sterk
Borst; Diep en de ribben aan de bovenzijde goed gewelfd, van de zijkant gezien enigszins vlak. De achterste ribben van aanzienlijke diepte en de afstand van laatste rib tot de achterhand, zo kort als vrije beweging van het lichaam toelaat.

Staart; 13-15 cm lang, bedekt met hard haar, zonder bevedering, zo recht mogelijk, monter, maar niet vrolijk of over de rug gedragen. Een lange staart is ongewenst, in geen geval gecoupeerd.

Ledematen;
Voorhand;
Schouder; Naar achteren aflopend. De schouderbladen zijn breed en liggen dicht tegen de borstkas. Het boeggewricht naar voren geplaatst.
Elleboog; Goed naar binnen geplaatst, waardoor het voorbeen vrij beweegt, evenwijdig aan de lichaamsas.
Voorbeen; Het voorbeen is kort en gespierd, recht en dicht bedekt met kort, hard haar.
Voorvoet; Groter dan de achtervoet, rond, evenredig van maat, sterk, met dikke voetzolen en bedekt met kort, hard haar. De onderzijde van de voetzolen en alle nagels bij voorkeur zwart

Achterhand;
Algemene uiterlijk; Sterk, gespierd en breed aan de bovenkant. Benen kort, gespierd en pezig.
Dij; Zeer gespierd en niet te wijd uiteen.
Knie; Goed gebogen.
Sprong; gebogen en goed onder het lichaam geplaatst, zodat ze vrij dicht bij elkaar staan wanneer de hond staat of loopt. Rechte of zwakke sprongen hoogst ongewenst.
Achtervoet; Kleiner dan de voorvoet, met dikke voetzolen, rond, evenredig van maat, sterk en bedekt met kort, hard haar. De onderzijde van de voetzolen en alle nagels bij voorkeur zwart.

Gangwerk en beweging; vrij, recht en over het geheel gemakkelijk. Voor bewegen de benen vrij vanuit de schouder naar voren. Het achtergangwerk is vrij, krachtig en met de benen dicht bij het lichaam. Knieën en sprongen goed gebogen en de sprongen onder het lichaam getrokken voor goede stuwkracht. Stijve, steltachtige beweging achter en koehakkigheid zijn hoogst ongewenst.

Huid; Vrij van duidelijke huidproblemen.

Vacht;
Beharing; Dubbele vacht. De bovenvacht bestaat uit hard haar, van ongeveer 5 cm lang, zonder enige krul. De ondervacht, die op bont lijkt, is kort, zacht en dicht. Open vachten zijn hoogst verwerpelijk.
Kleur; Wit

Maat; Schouderhoogte; ongeveer 28 cm.

Fouten; Iedere afwijking van het voorgaande moet als fout beschouwd worden, waarbij de beoordeling van de ernst van de fout in verhouding moet staan van de mate waarin hij voorkomt en het effect ervan op de gezondheid en het welzijn van de hond.

Diskwalificerende fouten;
- agressieve of overdreven schuwe honden,
- elke hond die duidelijk fysieke abnormaliteiten of gedragsabnormaliteiten vertoont moet worden gediskwalificeerd.

N.B.; Mannelijke dieren moeten twee duidelijk normale testikels hebben, die volledig in het scrotum zijn ingedaald.


Bron: FCI

Top of page Back to top of page